1 september 2016

Weer thuis

We liggen in Cherbourg met veel wind. Samen met de Calypso huren we voor twee dagen een auto. De eerste dag gaan we naar Barfleur.
Eerst stoppen we bij de vuurtoren van Barfleur. Dat is spectaculair want het waait goed door, helaas is daarom de vuurtoren dicht. We zien er nog een nieuwsgierige zeehond boven het water uitkijken.
Vervolgens naar Barfleur, een leuk plaatsje en als we aankomen is er nog net markt. Na een pizza als lunch rijden we verder naar het volgende strand. Daar zien we allerlei mooie schelpen, dus even op het strand struinen voor een mooie opbrengst. 
De dag erna gaan we richting Cape de la Hague. Onderweg komen we allerlei mooie uitzichtpunten tegen en bij een aantal stoppen we ook. Zo ook  de baai querviére. Van afstand ziet Caro al wat bewegen wat op dolfijnen lijkt. Als we bij de baai zijn, zien we ze ook echt. Ze zwemmen van links naar rechts en terug, het lijkt wel of ze aan het jagen zijn. Het is een mooi gezicht en als ze dan ook nog een paar spongen maken is wordt het helemaal een fantastische show!

De kapen zijn indrukwekkend en onderweg zien we ook een paar echt kleine bijzondere havens die allemaal droogvallen. 
Vanuit Cherbourg gaan we de volgende dag richting Saint-Vaast-la-hougue, nadat we eerst hebben getankt. We  vertrekken, eerst een stuk voor de wind via door de race naar Barfleur wat heftig te keer ging en we lopen weer ruim 9 tot 10 knopen over de grond. Eenmaal om de kaap, konden we goed zeilen aan de wind. Het ging heel voorspoedig en bijna aangekomen bij Saint-Vaast merken we dat de stroom inmiddels aan het draaien was en besloten we de laatste 2 mijl op de motor te varen.
Saint-Vaast is een leuk plaatsje, je kunt vandaar naar het eiland Tatihoe lopen bij laag water en bij hoog water kun je met de amfibie bus naar het eiland rijden/varen. Verder is er een grote oester kwekerij die boven water komt bij laag water. We maken een wandeling naar de la Hougue, dit is een soort schiereiland waarop een soort ommuurde vesting is. Deze vesting is niet toegankelijk omdat dit van defensie is, dus de poort zit op slot.
De volgende dag vertrekken we weer en gaan naar Grandcamp, om 11:51 uur gaat de sluis van Saint Vaast open en vertrekken we. Er blijkt weer een lekker windje te staan en kunnen heerlijk zeilen. Vlak bij Grandcamp aangekomen worden we ontvangen door een stuk of zes dolfijnen die met ons mee en onder de boot zwommen. Dit is echt fantastisch om weer mee te maken! Nadat ze vertrokken waren konden we de zeilen laten zakken en Grandkamp binnenvaren. Bij het binnenvaren komt een warme deken over ons heen. In de haven aangekomen, vinden we een plekje, op een van de vier visitors plaatsen.
Dit lijkt heel weinig, maar als je er eenmaal bent geweest hoef je er ook niet meer naartoe. In de nacht zijn daar erg veel visser die binnen komen varen en dan gaan lossen, dit geeft zoveel lawaai dat je bijna geen oog dicht doet.
Dezelfde avond krijg ik te horen dat mijn moeder van de dokter in het ziekenhuis te horen heeft gekregen dat het niet goed met haar gaat en dat hij niet veel meer voor haar kan doen. We zijn verbijsterd en de wereld staat een moment compleet stil.
Wat nu gedaan? Met de trein of vliegtuig naar huis?
Maar dat was niet nodig volgens mijn moeder want het was toch niet heel acuut.
Voor ons stond het wel buiten kijf dat we meteen naar huis zouden varen. We moeten helaas nog wel de hele Seinebaai door. De volgende dag besluiten we om naar Le Havre te varen, het werd een goede zeildag voor ons en weer hoog aan de wind. We komen daarom weer niet in Deauville maar dat is van minder belang  geworden. We blijven hier maar één nacht liggen en gaan de volgende dag verder naar Fecamp. We vertrokken de volgende middag  rond 12:00 uur. Onderweg was het behoorlijk mistig dus Étretat was niet erg goed te zien. Er stond ook weer een flinke stroom mee en voeren weer geregeld ruim 9 knopen over de grond. Van Fecamp gaat het de volgende dag naar Dieppe en ook  dit was ook weer een dag motoren. In Dieppe aangekomen gaan we gelijk tanken zodat we de volgende morgen weer vroeg weg kunnen richting Boulogne. De weg naar Boulogne was wisselend zeilen of motorzeilen, het was een lange dag. Toen we in Boulogne aankwamen was het best wel rommelig en druk, iets wat we de hele weg nog niet hadden meegemaakt. Het seizoen is in Frankrijk wel vroeg ten einde.
Tot nu toe zijn Willem en Marijke met ons meegevaren, maar nu gaven ze aan dat het toch wel zwaar was en ze een rustdag namen.
Wij gaan verder richting Duinkerke. Het weerbericht gaf aan dat het de volgende morgen 19 tot hoogstens 24 knopen zou gaan waaien uit het  zuidwesten, mooie wind om te zeilen. s’ Morgens vertrekken we om half zeven. We zetten voor we naar buiten gaan nog wel even een rif in het grootzeil en dat was maar goed ook want buiten aangekomen gingen we er echt goed vandoor. We waren in een uurtje bij Cape Gris Nez en daarna om de kaap heen. We wilden voor de wind verder en toen de zeilen eenmaal goed gesteld stonden, viel de wind weg en gingen niet meer zo snel. Na een half uurtje trok de wind weer aan. We besloten het voorzeil weg te halen. Alleen op het grootzeil gingen we er vandoor en liep de wind soms op naar 31 knopen! Het ging allemaal goed en konden het goed handelen, het leek af en toe wel of we met een surfplank bezig waren in plaats van een zeilboot. Bij Duinkerke aangekomen vonden we het wel weer welletjes de volgende morgen gaan we weer verder.
We hadden contact gehad met de fam. Vermaas die in Oostende lagen en spraken af dat we daar morgen ook naar toe zouden komen. De volgende morgen vroeg vertrokken rond 9:00 uur met een goede wind. Na het oversteken van de banken bij de Trapegeer konden we toch behoorlijk goed aan de wind zeilen met een schijnbare wind tot 19 knopen en een gangetje van tussen de 7 en 8 knopen waren we al gauw ter hoogte van Oostende. Het was zo een goede wind en ook een goede koers richting Breskens dat we tot de conclusie kwamen dat Breskens haalbaar moest zijn. We konden alleen het laatste uurtje stroom tegen krijgen. Dit was ook zo; de hele weg was in één rak te zeilen en alleen het laatste uur moesten we de motor bij zetten en kwamen we niet boven de vier knopen.
In Breskens aangekomen hadden we ons beloofd om mosselen te gaan eten en dat hebben we gelijk gedaan: heerlijke grote mosselen en niet die kleintjes die ze in Frankrijk verkopen (onder de maat die gooien we hier terug).
Foto's vlnr: De rotsen van Éntretat, mosselen eten in Breskens, mooie luchten voor de Belgische kust, eindelijk de vlakebrug gaat toch open.
De volgende morgen gaan we via Hansweert naar Numansdorp waar we pas om 23:00 uur aankomen vanwege een storing aan de vlakebrug die niet meer open ging. Dus hadden we ook nog even ons nachtritje gehad van deze vakantie. De volgende morgen snel naar huis om de toestand daar te bekijken.
Na een mooie, spannende en uitdagende vakantie komt deze (helaas) toch tot een heel ander einde als verwacht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten